Hoe maakt John Kongsgaard zijn wijnen?
Je hebt vast wel eens het gezegde gehoord: "Je moet de regels kennen om ze te kunnen breken." Dat vat de filosofie van Kongsgaard perfect samen.
Hij was een van de topstudenten van UC Davis en leerde elk aspect van het moderne wijnmaken - toch heeft hij zich bewust afgekeerd van moderne methoden en werkt hij bijna volledig zoals wijnmakers eeuwen geleden deden, gecombineerd met zijn eigen hoge normen.
Zijn wijngaarden worden biologisch en volledig met de hand bewerkt. Zorgvuldige druivenselectie, oogsten met de hand en meerdere sorteergangen zijn standaard. Hij vergist met stengels en ontsteelt nooit - zelfs niet bij witte druiven. Er wordt slechts minimale zwavel gebruikt, en alleen wanneer malolactische gisting moet worden voorkomen. De gisting gebeurt spontaan in eikenhouten vaten, met inheemse gisten - commerciële gisten hebben zijn kelder nooit betreden. Er wordt niet gepompt en de temperatuur wordt niet gecontroleerd, omdat hij tijdens het wijnmaken volledig zonder elektriciteit werkt.
Zijn wijnen worden niet gevinifieerd of gefilterd - echte low-intervention wijnbereiding. Ze rijpen in kleine eiken vaten, die vaak meerdere keren worden gebruikt, en ondergaan een zeer lange élevage zodat ze hun karakter volledig kunnen ontwikkelen. Eén vorm van elektriciteit speelt echter wel een rol: John Kongsgaard houdt van klassieke muziek, die volgens hem de sfeer in de kelder beïnvloedt - en dus ook de wijn. Ook zijn vaten worden regelmatig "geserenaded" met klassieke composities.